Weekly News

Het belang van snel internet wordt nog altijd onderschat

De Nederlandse infrastructuur voert internationaal de lijstjes aan. Glasvezel is hier mede verantwoordelijk voor. Hoe moeten we hiermee omgaan? Wat betekent dit voor de aanhoudende vraag naar clouddiensten? En wat zijn de effecten op de arbeidsmarkt? Professor Egon Berghout en KNVI-bestuurslid Maarten Emons hebben een duidelijke visie.

Nederland heeft op technologiegebied een voorsprong. We staan tweede op de wereldranglijst. Maar die positie kunnen we snel kwijtraken als we niet investeren. We moet investeren in de technologie én in de ontwikkeling van de mensen die met deze technologie uit de voeten kunnen.

Wat kost IT en wat levert het op? Dat is waar professor Egon Berghout (Rijksuniversiteit Groningen) zich dagelijks mee bezighoudt. De achterliggende vraag is altijd in hoeverre organisaties in bepaalde IT-zaken moeten investeren. Als we Berghout deze vragen stellen bij glasvezel – een belangrijke voorziening voor hoge internetsnelheden – laten zijn antwoorden er geen twijfel over bestaan. "Glasvezel is heel belangrijk voor de snelheid waarmee we IT kunnen inzetten. En IT is de belangrijkste industrie in Nederland; al onze welvaart is gebaseerd op technologische voortuitgang." 


Nederland dankt haar sterke economie aan de goede infrastructuur, en glasvezel is daar een relevant onderdeel van. Voorzieningen komen in Nederland bij elkaar, waardoor ons land een interessante vestigingsplaats is geworden, stelt Berghout. "Niet voor niets zet Google een datacenter van 600 miljoen neer in Delfzijl. Volgens organisatieadviesbureau McKinsey is Nederland nummer twee op het gebied van internet, na Singapore."


De backbone voor glasvezel is aangelegd in heel Nederland, maar op dit moment is pas 1 miljoen (van de 6 miljoen) Nederlandse huishoudens voorzien van glasvezel. De Nederlandse overheid zou volgens Berghout moeten blijven investeren in deze technologie, terwijl organisaties er goed aan doen cloud computing te omarmen – iets wat door snelle internetverbindingen goed mogelijk is. "Wanneer de kwaliteit van de verbindingen omhoog gaat, is dat altijd ten gunste van gecentraliseerde services. Bovendien zullen nieuwe toepassingen de vraag naar snel internet en clouddiensten nog geruime tijd doen toenemen. Denk alleen al aan artsen die op afstand via robots opereren."


Maarten Emons van beroepsvereniging KNVI is het met Berghout eens. De ontwikkelingen van cloud computing gaan volgens hem sneller dan menig bedrijf en wellicht ook de overheid denkt. Hij stelt dat bedrijven nog te weinig bezig zijn met de digitalisering van de samenleving. “Steeds meer organisaties begrijpen welke kant het op gaat, maar ze onderschatten de snelheid nog altijd, ondanks alle tekenen.” Emons haalt het voorbeeld aan van Achmea, waar 16.000 mensen werken die op vrijdag vrijwel zonder uitzondering thuis werken. “Dat kan alleen omdat we zulke goede glasvezelverbindingen hebben. We kunnen samenwerken en beeldbellen alsof we naast elkaar zitten!”


Tegelijkertijd dienen er voldoende (hoogopgeleide) mensen te zijn die hiermee overweg kunnen, benadrukt Berghout. Daarbij wijzen zowel Berghout als Emons ook naar de gevolgen van bijvoorbeeld cloud computing voor de arbeidsmarkt. Emons: “Enerzijds zijn hoogopgeleide mensen nodig die zich bezighouden met IT. Anderzijds zijn door de ontwikkeling van de cloud straks veel minder werknemers nodig.” 

ICT is geen onderdeel meer van een bedrijf, het ís het bedrijf, stelt Emons. “Dit inzicht ontbreekt bij veel organisaties, waardoor ze over een paar jaar voor vervelende verrassingen kunnen komen te staan.” Bedrijven zouden de digitale transformatie volgens hem dan ook hoger op de agenda moeten zetten. “Nederland heeft op technologiegebied een voorsprong. We staan tweede op de wereldranglijst. Maar die positie kunnen we snel kwijtraken als we niet investeren. We moet investeren in de technologie én in de ontwikkeling van de mensen die met deze technologie uit de voeten kunnen.”

Feit

Het aantal Nederlandse huishoudens met een abonnement op glasvezelinternet is eind 2016 de miljoen gepasseerd, blijkt uit gegevens van onderzoeksbureau Telecompaper. Het aantal huishoudens met glasvezel is nog altijd veel kleiner dan dat met dsl en kabel. In de recentste cijfers van Telecompaper hadden 2,98 miljoen huishoudens een dsl-aansluiting en 3,23 miljoen internet via de kabel.

Delen

Journalist

Dennis Mensink

Related articles