Weekly News

De voordelen van een circulaire economie

Willen wij onze afvalberg reduceren en de beschikbare grondstoffen verstandig beheren, dan moet bezit plaats maken voor delen. Het delen van service, of nog liever: van materialen. Dat betekent ook dat fabrikanten hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Door producten van hoge kwaliteit te leveren die hun waarde behouden.

In de toekomst zal ieder gebouw een depot worden voor materialen, die in een materialenpaspoort geïdentificeerd zullen zijn.

“In het verleden waren fabrikanten op zoek naar oplossingen. Maar de focus is langzaam maar zeker verschoven naar het creëren van problemen.” Als voorbeeld noemt architect Thomas Rau, nummer twee op de Duurzame Top 100 vorig jaar, de uitvinding van de gloeilamp zo’n anderhalve eeuw geleden. “Eerst gingen die lampjes jarenlang mee, maar later werden ze bewust zo ontworpen dat ze in no time kapot waren. De bedoeling was namelijk dat de consument steeds een nieuw product zou kopen.”


Met zo’n verdienmodel moest wel iets grondig mis zijn. Zodoende ontwikkelde Rau in samenwerking met Philips het concept voor Pay per lux, waarbij niet langer lampjes, maar licht als service wordt geboden tegen vergoeding. Zo’n serviceconcept is volgens Rau in principe toepasbaar op alle, door de mens gemaakte, producten. 


Zo’n circulaire werkwijze wordt niet voor niets reeds ook bij het interieur van kantoorgebouwen toegepast, aldus Arnold Struik, directeur Marketing en Innovatie bij kantoorinrichter Ahrend. Zo kan kantoormeubilair als dienst worden aangeboden, waarbij niet bezit, maar gebruik centraal staat. Verouderde, gebruikte of overtallige  meubelstukken worden ingezameld, gerenoveerd en opnieuw in gebruik genomen. Een werkwijze die volgens Struik eigenlijk volkomen logisch is. “Het leuke aan circulaire economie is dat de verantwoordelijkheid bij de producent ligt. Die moet zorgen dat hij de kwaliteit van zijn product waarborgt. Maar je ziet dat de investering loont en dat de aanhouder wint.”


Naast dit cradle-to-cradle principe gaan wij in de toekomst ook meer ‘slimme’ meubels zien die zich voegen naar de individuele behoeftes van werknemers. Struik: “Uit verschillende onderzoeken blijkt dat invloed op de eigen werkomgeving positieve effecten heeft. Denk bijvoorbeeld aan een slim bureau dat wordt gekoppeld aan een app met een digitaal ergonomisch paspoort. Zo’n app geeft de medewerker volledige controle over zijn eigen werkplek. Met dit paspoort worden temperatuur, ventilatie en biodynamische verlichting automatisch ingesteld op persoonlijke voorkeuren. Dit persoonlijk comfort verhoogt niet alleen het plezier, maar ook de productiviteit van medewerkers.”


“LED-verlichting leent zich er uitstekend voor om zo’n gevoel van comfort te creëren”, zegt Prof. Wilbert IJzerman, R&D Manager bij Philips Lighting en hoogleraar Verlichtingstechnologie bij de TU Eindhoven. “LED-lampen zijn niet alleen veel efficiënter dan conventionele bronnen, maar je kunt dankzij het kleurenspectrum steeds een andere sfeer creëren. Dit noemen we human centric lighting. Daarbij kun je de lichttemperatuur aanpassen aan je persoonlijke voorkeuren door middel van een app. Tenslotte kun je het veiligheidsgevoel vergroten met sensor-geïntegreerde verlichting en een app waarmee je alvast het licht in je huis aanzet voordat je thuiskomt.”


Als je Rau mag geloven zal het bezit van producten, inclusief gebouwen, in ieder geval binnenkort verleden tijd zijn. “Eigenaarschap van gebouwen zal plaatsmaken voor rentmeesterschap. Gebouwen worden een depot voor materialen, die met een materialenpaspoort worden geïdentificeerd. In het Madaster, een digitaal platform, dat binnenkort voor iedereen toegankelijk wordt, zullen uiteindelijk alle gebouwen ter wereld worden geïnventariseerd. In dit Madaster, zal niet alleen de oppervlakte van de gebouwde omgeving worden opgeslagen, maar ook documentatie over de gebruikte materialen.” 

Delen

Journalist

Erzsó Alföldy

Related articles