Weekly News

De vier meest duurzame gebouwen

Duurzaam distribueren
In 2016 opende Lidl in Waddinxveen het meest duurzame distributiecentrum van Nederland. Het gebouw en de bijbehorende kantoren functioneren zonder gebruik van fossiele brandstoffen. Zo is er bijvoorbeeld geen gasaansluiting en wordt de elektriciteit opgewekt met behulp van ruim 4.000 zonnepanelen die het dak van het pand bekleden.


Het gebouw, dat werd gerealiseerd door Bouwbedrijf Van de Ven, voldoet volledig aan het BREAAM-NL Outstanding principe. Onder andere door de warmte- en koudeopslag, gebouwd op 180 meter diepte, die zorgt voor de duurzame verwarming en koeling van het distributiecentrum.


Om tot het Outstanding label te komen moet niet alleen het gebouw aan de duurzaamheidseisen voldoen, maar moet er ook op een duurzame manier gebouwd worden. Bijvoorbeeld door bouwafval te scheiden en door rekening te houden met de buurt.


Daarom profiteert ook de omgeving van het nieuwe distributiecentrum. Op het dak ligt grind, waardoor het de ideale broedplek voor scholeksters is. Ook zijn er kasten voor vleermuizen, is er een nestpaal voor de ooievaar en plantte Lidl 11.000 bomen, struiken en planten in de omgeving.


Onlangs startte Lidl ook met de bouw van een zevende distributiecentrum in het Gelderse Oosterhout. Deze moet nog duurzamer worden dan het gebouw in Waddinxveen.


Circulaire kennis delen
“Circulair bouwen is een vrij onontgonnen gebied”, aldus Mark van Rijt, directeur Customer Experience bij ABN Amro. “Het gaat niet alleen om de materiaalkeuze, maar ook om de manier van bouwen. Je moet het pand zo construeren dat je de materialen makkelijk kunt recyclen.”


Bij het bouwen van Circl, het circulaire paviljoen dat ABN Amro bouwde aan de Zuidas, is dan ook gebruik gemaakt van veel herbruikbare materialen. “De balken die we gebruiken zijn nu een centimeter groter dan gebruikelijk is”, stelt Van Rijt. “Dan kun je de plek waar geschroefd is wegzagen en heb je weer een onbeschadigde balk.”


Het pand heeft houten vloeren, die volledig zijn samengesteld van duurzaam resthout. “Dit komt onder meer uit een kloostervloer en van de oude bar van Top Oss”, vertelt Van Rijt.  “En het isolatiemateriaal is gemaakt van 16.000 oude spijkerbroeken die opnieuw gevezeld zijn.” Daarnaast zijn alle materialen ook demontabel, waardoor je wanden te allen tijde kan verzetten en de ruimte steeds opnieuw kan gebruiken.


En dat alles past perfect bij de functie van het bedrijf. In het pand worden namelijk conferenties en presentaties gegeven over circulaire economie en duurzaamheid. In Circl kunnen zakenmensen en buurtbewoners samenkomen om meer te leren over circulariteit.


Gezonder bouwen
In 2017 werd op de Sumatrastraat in Leiden een circulair ontwikkeld wooncomplex geplaatst. De 16 woonmodules zijn in gebruik genomen door woningcorporatie Ons Doel om verschillende doelgroepen te huisvesten. De woningen voldoen aan het Bouwbesluit Nieuwbouw en zijn voorzien van een eigen keuken, badkamer en installatietechniek. 


Het project in Leiden is het eerste wapenfeit van Finch Buildings, dat haar modulaire bouwsysteem heeft ontwikkeld vanuit de gedachte dat de bouw duurzamer en gezonder kan, met hergebruik van grondstoffen en minder afval. De woningen zijn volledig opgetrokken uit massief vurenhout (CLT) uit duurzaam beheerde bossen. Doordat er 5 bomen worden geplant voor elke 3 gekapte bomen, groeien de bossen per saldo wanneer er meer gebouwen gerealiseerd worden. In elke module is ongeveer 12 ton CO2 opgeslagen, onttrokken uit de atmosfeer en opgeslagen tijdens de groei van de boom. Hout stoot vrijwel geen CO2 uit bij productie, waarmee ongeveer 20 ton per module bespaard is in vergelijking met het bouwen met bouwmaterialen zoals beton, staal en baksteen. Bijkomend voordeel van CLT, is het vochtregulerende karakter, waardoor de luchtvochtigheid in het gebouw perfect in balans is. Hout heeft van nature een hoge isolatiewaarde en is vanwege een natuurlijk houtvochtpercentage extreem brandveilig. De woningen in Leiden zijn all-electric en hebben energielabel A++.


Houten luxe
Zelfs zelfvoorzienende woningen zijn niet altijd heel milieuvriendelijk. Bij de productie van staal en beton komen massa’s CO2 vrij. “Hoe mooi is het dan om gebouwen van hout te bouwen”, zegt Bob Jansen, oprichter en eigenaar van Lingotto, een bedrijf dat zich bezighoudt met stedelijke ontwikkeling. “Het allermooiste van hout is namelijk dat het als het groeit, veel CO2 opneemt in plaats van uitstoot. Als je er ook nog gebouwen van kunt maken, maak je grote sprongen.”


Zijn nieuwste project is HAUT, een houten woontoren van 73 meter hoog met 21 verdiepingen. “De grootste bouwopgave ligt in de steden, je moet dus de hoogte in. Dat kan dankzij een recente uitvinding. De CLT-plaat is een soort multiplex van 30 centimeter dik, die dusdanig stijf is dat daarmee tot grote hoogte gebouwd kan worden.”


Dat dit een groenere manier van bouwen is, is evident. Jansen: “Het woont bovendien beduidend prettiger dan een betonnen gebouw. De vochtregulatie is beter, je hebt minder last van koudebruggen en het is lichter waardoor je meer platen per transport kunt vervoeren en een minder zware fundering nodig is.” Jansen hoopt dat HAUT nieuwe deuren opent. “We willen aantonen dat we luxe gebouwen duurzaam kunnen bouwen met een low tech benadering.”

Delen

Journalist

Related articles