Weekly News

De drie meest duurzame projecten

Groen waterstof tanken

Al meer dan tien jaar is Green Planet ermee bezig, een multifuel tankstation aan de A28 bij Pesse. Naast meer duurzame ‘blends’ en groengas biedt het vanaf medio 2018 ook groene waterstof als energiedrager aan. Deze waterstof is afkomstig uit aardgasbuffer Zuidwending nadat elektriciteit - van windmolens op de Noordzee - in waterstof en zuurstof is gesplitst (elektrolyse). Vervolgens wordt deze waterstof opgeslagen in trailers die het naar het tankstation vervoeren. 

Rijden op waterstof biedt volgens ‘Green Planet’ en haar partners, de hoofdtransportnetbeheerders voor aardgas en elektriciteit - Gasunie en TenneT -, TU Delft, New Energy Coalition en het Ministerie van I&M, enorme voordelen. Vanaf de opwekking tot bij het gebruik vinden er totaal geen CO2-emissies plaats. Ook is het een puur Nederlands product waardoor we minder afhankelijk zijn van het buitenland. Tenslotte is de tank niet alleen binnen enkele minuten vol maar kunnen (vracht)auto’s er ook ruim 600 kilometer op rijden. 


Groen Onderwijs

Op de Zernike Campus in Groningen staat het meest duurzame onderwijsgebouw van Nederland: de Energy Academy Europe. “Het gebouw levert energie op, in plaats van het te verbruiken,” vertelt Aldo Vos, een van de architecten die betrokken was bij de bouw van de Energy Academy.


“We hebben geprobeerd het gebouw zo veel mogelijk met natuurlijke elementen te laten functioneren,” stelt Vos. “Natuurlijke ventilatie, koeling door de aarde en zoveel mogelijk natuurlijk daglicht.” Het gebouw is volledig gebouwd op duurzaamheid. En dat moest ook wel.


De Energy Academy houdt zich namelijk bezig met de energietransitie. “Het is een instituut waar alle kennis rondom de transitie gebundeld wordt,” vertelt Vos. “Als je je daarmee bezighoudt, moet het gebouw waarin dat gebeurt een voorbeeldfunctie vervullen. De nadruk ligt dan ook heel erg op het energiezuinig zijn van het gebouw. We moesten echt op een andere manier kijken naar de energiehuishouding, om tot een gebouw te komen waar de installaties niet aan staan.”


Opmars NOM woningen

Een van de grootste uitdagingen voor de energietransitie ligt in de woningbouw. Volgens afspraken, vastgelegd in het Energieakkoord en eind 2016 aangescherpt door de Energieagenda van ex-minister Kamp (Economische Zaken), moeten in 2020 maar liefst 300.000 huurwoningen twee energielabels verbeteren om aan de doelen te voldoen. De grote vraag is: hoe bereik je dat? Door het woud aan voorstellen zien bewoners de bomen nauwelijks meer: moeten dat energieneutrale woningen worden, BENG (bijna energie neutrale gebouwen), passiefhuizen of NOM woningen? 

Naast passiefhuizen gooien nul-op-de-meter (of NOM) woningen internationaal hoge ogen. Nul-op-de-meter betekent niets anders dan dat deze woningen, over het jaar gemeten, evenveel energie opwekken als ze verbruiken. Die duurzame opwekking komt uit PV panelen. Sinds de instelling van het NOM Keur, begin dit jaar, gelden daarvoor strikte eisen: naast zonnepanelen zijn comfort en validatie van opbrengsten, ook jaren nadien, belangrijk geworden. Inmiddels zijn ruim duizend huurhuizen of particuliere woningen op deze wijze gebouwd of gerenoveerd.


Delen

Journalist

Tseard Zoethout

Related articles