Weekly News

Circulair bouwen heeft de toekomst

Het traditionele bouwproces in Nederland is dood. Lange leve het nieuwe bouwproces, waarbij er veel meer aandacht bestaat voor duurzame processen. Bij een circulair bouwproces is de energie gericht op het volledig recyclen van alle materialen en producten.

Er wordt volop gebouwd in Nederland. Zo krijgt de Metropoolregio Amsterdam er binnen 25 jaar 300.000 woningen bij. De gemeente Haarlemmermeer maakt deel van deze regio uit. Wethouder John Nederstigt, die binnen Haarlemmermeer onder andere verantwoordelijk is voor het duurzaamheidsbeleid, benadrukt daarbij dat zijn gemeente voorop wil lopen als het om duurzaamheid gaat.


“Wij zijn eigenaar van tal van grondposities”, reageert John Nederstigt. “En niet alleen wij, dat geldt voor alle gemeentes in Nederland. De crux is dat je als eigenaar ook eisen kunt stellen. De gemeente Haarlemmermeer heeft daarbij stevig ingezet op duurzame ontwikkeling.”


Zo uniek is dat overigens niet. Veel gemeentes kennen duurzaamheidsambities. Wat wel opvalt, is dat Haarlemmermeer serieus werk maakt van het Rijksbrede programma Nederland Circulair in 2050. In tussenstappen moet Nederland toegroeien naar een volledig circulaire economie. “Het is moeilijk voor te stellen dat materiaal bij de sloop van gebouwen wordt weggegooid, terwijl er tegelijkertijd een tekort ontstaat aan grondstoffen. Het slim daarmee omgaan en het opnieuw in roulatie brengen van materiaal kan daarin een belangrijke ommekeer brengen.”


Michel Baars, oprichter van New Horizon Urban Mining, sluit zich daar bij aan. Het bedrijf van Baars zet volledig in op het hoogwaardig hergebruiken van materialen die vrijkomen bij renovatie, transformatie en sloop van gebouwen. “De principes van Urban Mining blijken in de praktijk goed toepasbaar. Wij introduceerden in de voorbije twee jaar diverse systeem- en productinnovaties. Van een circulaire baksteen, tot een circulaire systeemwand. Van het hergebruik van kabelgoten tot het produceren van designmeubels. Alles met een positieve businesscase voor opdrachtgevers en de betrokken bedrijven.” De slogan van het bedrijf is niet voor niets: ‘wij slopen niet, wij oogsten!’. Hij is er van overtuigd dat we binnen een paar jaar zoveel waarde uit vrijkomende materiaalstromen kunnen halen dat het slopen van gebouwen per saldo niets meer zal kosten. 


Daar komt bij dat Nederland een duidelijke kennisvoorsprong kan opbouwen, benadrukt John Nederstigt. “Als we nu serieus aan de slag gaan met circulair bouwen, dan ontstaan daarmee ook nieuwe exportkansen. In heel de wereld is veel behoefte aan kennis op dit terrein.”


De Koninklijke BAM Groep is inmiddels serieus bezig met deze circulaire materie. ‘Building the present, creating the future’, is de strategie van deze bouwpartij. Rutger Sypkens is manager Commerciële Zaken en Planontwikkeling in regio Noordwest voor BAM Bouw en Techniek. Als het gaat om circulair bouwen, benadrukt hij, heeft de bouwwereld ondertussen grote stappen gemaakt. Er worden strakke planningen nageleefd, gezamenlijk ontwerpprocessen doorlopen, om het weggooien van bouwafval zo veel mogelijk te beperken. Er bestaan alternatieve energiebronnen en er wordt volop gewerkt met duurzaamheidsprincipes. “De volgende slag is dat we toegroeien naar een volledig circulair bouwproces. Nu nog wordt twee derde van gebouwen aan het einde van hun levenscyclus weggegooid. Doodzonde. Uiteindelijk groeien we naar een model waarbij het volledige gebouw opnieuw in de roulatie komt.”


Eén van de inspanningen die BAM daartoe neemt, is een circulair building platform. Zie het maar als een professionele Marktplaats voor de gehele keten van bouwpartijen. “Als een kantoorpand in Groningen wordt gesloopt, kan dat tientallen of honderden producten zoals deuren opleveren. Nu worden die tot afval versplinterd, terwijl een projectontwikkelaar in Assen ze misschien graag wil hergebruiken. Zo ontstaan steeds meer Cirkelsteden.”


Voor een succesvolle introductie van het hoogwaardig hergebruik van grondstoffen en materialen is het van groot belang dat we de drempel wegnemen, aldus Michel Baars. Hij gaat ervan uit dat de opdrachtgevers nog geen circulaire ambities hebben. “Dat betekent dat ik het onze verantwoordelijkheid vind om ze te verleiden toch mee te doen aan meer circulaire oplossingen. We beloven dus dat het ontmantelen van gebouwen op onze manier niet duurder is, niet langer duurt en meer circulair is. Datzelfde garanderen we voor de levering van producten. Die brengen we samen met gevestigde bedrijven naar de markt, waardoor bouwbedrijven gewoon kunnen blijven bestellen bij leveranciers die nu al actief zijn in de markt. Zo voorkomen we bouwlogistiek complicaties.”


Rutger Sypkens: “Het nieuwe bouwen betekent ook dat er constructies komen die modulair zijn samengesteld. Een oud en verlaten gebouw maken we nu plat met de sloopkogel. Een oud gebouw wordt straks gedemonteerd, terwijl onderdelen als puien, vloeren en wanden opnieuw in de roulatie komen.”


Rutger Büch is gemeentesecretaris van Cirkelstad, de coöperatie voor publieke en private partijen die werk maken van steden ‘zonder afval en zonder uitval van mensen’. Een interessant thema dat hij opgooit, is dat consumenten een stuk mondiger zijn dan enkele decennia terug. En dat weerspiegelt zich ook in het gebruik van gebouwen.


“Gebruikers van een gebouw willen duurzaamheid in combinatie met een hoge prestatie. Je wilt comfortabel kunnen werken, met zo min mogelijk verkwisting van energie. En mochten de gebruikswensen veranderen, omdat het bedrijf krimpt of groeit, dan willen we het gebouw daar slim en simpel op kunnen aanpassen. Je wilt als gebruiker zelf invloed kunnen hebben”, stelt Rutger Büch.


Het nationale circulair programma, benadrukt hij, heeft zeker bijgedragen aan de komende groei-jaren. Cirkelstad wil die kansen optimaal benutten. “Dat doen we door de ervaringen van leden zoals gemeente Haarlemmermeer en BAM te delen met andere koplopers in weer andere regio’s. We initiëren (onderzoeks-)projecten daar waar de markt het zelf nog niet oppakt. Het huidige netwerk zal de komende tijd flink uitbreiden.”

Delen

Journalist

Hugo Schrameyer

Related articles